Maand: februari 2026 (Pagina 1 van 3)

Luc Van Hove

Weergaven: 0

Luc Van Hove (°1957) kreeg zijn muzikale opleiding aan het Koninklijk Vlaams
Muziekconservatorium van Antwerpen. Hij studeerde er onder andere compositie bij Willem Kersters, analyse bij August Verbesselt, piano bij Lode Backx en
muziekgeschiedenis bij Kamiel Cooremans. Later volgde hij ook vervolmakingscursussen orkestdirectie in het Mozarteum in Salzburg en compositie en choreografie aan de universiteit van Surrey in Guildford.

Op de palmares van Luc Van Hove prijken verschillende compositieprijzen, waaronder de prijs Annie Rutzky, de prijs Belgische Artistieke Promotie van Sabam, de prijs Albert de Vleeshouwer en de Sabamprijs Ernstige Muziek 1993.

Luc Van Hove is gewezen buitengewoon leraar aan de muziekkapel Koningin
Elisabeth en doceert momenteel compositie aan het conservatorium van Antwerpen en compositie en analyse aan het Lemmensinstituut in Leuven. Ook is hij promotor en artistiek adviseur aan het Orpheusinstituut en is hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.

Voor tal van vooraanstaande organisatoren en uitvoerders heeft Luc Van Hove opdrachten verzorgd. Zo componeerde hij voor het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen, het Vlaams Radio Orkest, de Filharmonische Vereniging van Brussel, het Internationaal Kunstcentrum deSingel, Antwerpen ’93 Culturele Hoofdstad van Europa, I Fiamminghi, de Beethoven Academie en Roel Dieltiens en zijn ensemble Explorations. Daarnaast was hij componist in residentie van het Festival van Vlaanderen Internationaal , werd hij aangesteld tot gastcomponist van de Week van de Hedendaagse Muziek in Gent en was hij centrale componist tijdens het festival I Fiamminghi in Campo 1997.

Het oeuvre van Luc Van Hove omvat onder andere de titels ‘Carnaval op het strand’ voor orkest opus 17, Symfonie 1 opus 25, ‘Stacked time’ voor elektrische gitaar en orkest opus 26, Triptiek voor hobo en orkest opus 29, Strijkkwartet
opus 30, Pianoconcerto opus 32, ‘Strings’ opus 33, Symfonie 2 opus 34, ‘Kammerkonzert’ voor cello en ensemble opus 36, Symfonie 3 opus 39 en ‘Four sacred songs for mixed choir’ opus 42.

Niet enkel in België echter, maar ook in het buitenland geniet Luc Van Hove grote
faam. Zo werd van hem werk gespeeld op het Midem Festival in Cannes, tijdens de
promenadeconcerten in de Doelen in Rotterdam en op het festival November Music.

Bovendien vertolken befaamde buitenlandse ensembles en musici regelmatig werk van Luc Van Hove: het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Brodsky Quartet, het Arditti Quartet, het Xenakis Ensemble en cellist Pieter Wispelwey

Zie ook: Prijs Peter Benoit 2026 toegekend aan Luc Van Hove

Michel Béro

Weergaven: 1

Michel Béro werd geboren in Mélin (Jodoigne) op 26 april 1950. Aan het Conservatorium van Brussel studeerde hij piano in de klas van André Dumortier (Yvette Allard) (1969-1970). Aan de Université Libre de Bruxelles (1971-1975) behaalde hij een bachelordiploma en een bevoegdheid als docent kunstgeschiedenis en archeologie (musicologie) met zijn scriptie: ‘Sigismond Thalberg, Aspecten van pianovirtuositeit in de 19e eeuw’ (professor Robert Wangermée). Vervolgens studeerde hij privé muziekcompositie en orkestratie bij Marcel Quinet (1981-1986).

Hij begon in 1973 als productieassistent bij RTBF, werd in 1981 producent en in 1995 hoofdproducent. Tegelijkertijd was hij van 1987 tot 2009 afgevaardigde bij het Internationaal Rostrum van Componisten (UNESCO). Daarnaast doceerde hij muziekgeschiedenis van 1980 tot 1984 aan de Muziekacademie van Brussel en van 1980 tot 1996 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel.

Michel Béro beschouwt zichzelf als een hedendaagse componist in de zin dat hij zich verwant voelt met hedendaagse Belgische componisten. Gefascineerd door de relatie tussen muziek en wiskundige formules, worden zijn werken desondanks niet beheerst door rigide formules.

Renier Doutrelepont

Weergaven: 0

Renier Doutrelepont werd geboren op 26 november 1939 in Malmedy.

Zijn vroege muzikale opleiding begon bij Octave Micha (Stavelot) voor solfège en piano. Later studeerde hij harmonie bij Francis de Bourguignon. Na het overlijden van de Bourguignon nam Jean Absil hem onder zijn hoede als leerling in harmonie, contrapunt en compositie.

Hij trad in 1966 toe tot het RTBF. Hij schreef de muziek voor documentaires: “To Illustrate Magritte” (Christian Bussy), “The Memory of Stones” (Françoise Lempereur), en later voor speelfilms: “Murders at Home” (Marc Lobet), “The Metamorphoses of Rachel” (Robert Lombaerts), enz.

Hij componeert nog steeds (in atonale stijl): twee concerten voor piano en viool, kamermuziek voor diverse ensembles (onder begeleiding van Georges Octors) en liederen op gedichten van Marcel Mariën, Louis Scutenaire, Charles Vanlerberghe, Andrée Sodenkamp en Jean-Claude Lalanne Cassou.

Hij heeft zes cd’s met zijn werk opgenomen.

Hij woont momenteel in Brussel, is bestuurslid van de Unie van Belgische Componisten (UCB) en neemt dankzij Danielle Baas regelmatig deel aan het Osmose Festival.

Nicole De Paepe

Weergaven: 1

Nicole De Paepe werd op 11 juli 1958 in Antwerpen geboren. Aangespoord door de muzikale bezigheden van haar vader die als hobby piano speelde en haar grootmoeder die operazangeres was, ging zij op 8-jarige leeftijd naar de muziekacademie in Borgerhout waar ze piano, cello, harmonie en kamermuziek volgde. Voor piano behaalde ze in 1974 een onderscheiding op de Guntherwedstrijd in Brussel en in 1977 kreeg ze in Borgerhout een
regeringsmedaille toegekend. Reeds op 14-jarige leeftijd deed ze ingangsexamen aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium van Antwerpen waar ze notenleer, harmonie, praktische harmonie, contrapunt, muziekanalyse, muziekgeschiedenis en kunstgeschiedenis volgde. Ze specialiseerde zich in piano en kamermuziek.

Gepassioneerd door muziek en geleid door haar gevoel begon ze op jonge leeftijd reeds te componeren. Dat blijft haar tot op heden inspireren.
Twee jaar was ze werkzaam als balletbegeleidster. Op 21-jarige leeftijd werd ze
docent praktische harmonie aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in
Antwerpen en dat deed ze 14 jaar lang. Ze stopte ermee om meer tijd te maken voor de opvoeding van haar drie kinderen en om haar carrière als freelance pianiste en componiste uit te bouwen.

Als pianiste begeleidt ze, dit tot op heden, verschillende koren waaronder
het Philharmonisch koor van Antwerpen (Philko), het Koninklijk gemengd koor Alma Musica en het Don Boscokoor Hoboken. Regelmatig wordt ze als begeleidster ook gevraagd bij koren zoals het vrouwenkoor Sanseveria in Duffel, het Familiakoor van Edegem, vroeger ook onze Schola Gregoriana, Camerata Vocale en Cantabile uit Hove e.a. Ze begeleidde ook solisten tijdens verschillende concerten en wedstrijden in binnen- en buitenland.

Nicole speelt ook orgel en je kan ze evengoed Bachinterpretaties als eigen werk horen spelen. Ook in verschillende kerken te Antwerpen was en is ze te beluisteren zoals Sint-Jacob, Carolus Borromeus, Kristus Koning, Pius X Wilrijk, Heilige Familie en Sint-Jozef Hoboken …

Vanaf 2002 tot op heden nam Nicole De Paepe ook deel aan verschillende (kunst)projecten. Zoals de Nacht van de musea, de Zomer Van Antwerpen, de tentoonstelling van Channel, de Gulden ontsporing 11 juli 2002 in Brussel, de Galerie Utrecht in Nederland. Ze verleende haar medewerking ook aan culturele centra en verschillende privéconcerten.

Haar muziek werd verschillende malen geprogrammeerd door vele radiozenders
waaronder ook Funiculi Funicula van Marc Brillouet. Radio 2 presentatrice Els Broekmans interviewde haar ook meermaals. Nicole is ook actief bezig met verschillende concerten en begeleidingen waaronder ook voor de Duitse en Nederlandse televisie.

Ze componeerde muziek bij Antwerpse legenden en verhalen zoals Brabo en
Antigoon, Lange Wapper en Nello en Patrasche. In dat laatste vertelrecital brengt ze het verhaal van Een hond van Vlaanderen muzikaal tot leven. In het vertelrecital werkt Nicole soms samen met Milly Jennes, de drijvende kracht achter figurentheater Mirantibus, ze beeldt het verhaal uit met haar prachtige poppen.

Eerder nam Nicole de cd Bagatelle op i.s.m. violist Marcel Andriesii.
Samen met hoornist Ernest Maes en celliste Viviane Abdelmalek werkt ze aan nieuwe concerten en werden er ondertussen opnames gemaakt met nieuwe cd’s met haar composities.

Bart Verstraeten

Weergaven: 1

Bart Verstraeten is pianist, componist en leerkracht. Hij volgde piano, cello, orgel en muziektheorie aan de academie van zijn geboortestad en behaalde vervolgens
meesterdiploma’s muziektheorie en compositie aan het Koninklijk Vlaams
Muziekconservatorium Antwerpen bij onder anderen Luc Van Hove en Wim Henderickx.

Aan het Conservatorium van Gent studeerde hij piano bij Johan Duijck, met masterclasses bij Jonathan Powell, Eliane Rodrigues en Irene Russo.

Tegenwoordig geeft hij piano en compositie aan de academie van Wilrijk en treedt hij op als pianist, zowel solerend als in samenwerking met bariton Tristan Faes.
Als componist kreeg hij al vroeg erkenning met werken als het pianotrio Alla Zingarese en het Trio voor fluit, altviool en gitaar, beide bekroond in 2005. Zijn muziek is lyrisch en ritmisch gedreven, geïnspireerd door laatnegentiende-eeuwse stijlen maar met een hedendaagse blik en een drang naar vernieuwing.

Verstraeten ziet zichzelf als bruggenbouwer tussen traditie en moderniteit. Zijn werkenlijst omvat naast pianowerken – waaronder de bundel All’Ungherese – ook koorcomposities en kamermuziek, met een internationale reputatie voor zijn mandolinecyclus (Persephone, Demeter, Hades, Le vieux moulin).

Bijzonder vruchtbaar was zijn samenwerking met dirigent Peter Ickx, voor wie hij
verschillende koorwerken componeerde. Hij schreef ook liedcycli op teksten van Pablo Neruda, Rutger Kopland, Emile Verhaeren en Charles Baudelaire.

Frank Agsteribbe

Weergaven: 0

Frank Agsteribbe werd geboren te Gent in 1968. Aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen studeerde hij vanaf 1986 orgel bij Stanislas Deriemaeker en Joris Verdin, en klavecimbel bij Jos Van Immerseel. Daarnaast vervolmaakte hij zich bij Gustav Leonhardt, Davitt Moroney en Luigi Ferdinando Tagliavini.

Naast zijn intense activiteit binnen de oude muziek als continuospeler interesseert hij zich ook voor hedendaagse muziekliteratuur: hij studeerde bij Herman Sabbe (musicologie, Gent) en aan het Conservatorium van Antwerpen volgde hij bij Boudewijn Buckinx de lessen muziekgeschiedenis over de negentiende en twintigste eeuw, die niet enkel op een historische, maar ook op een sociologische en filosofische wijze benaderd werden. Op aanraden van Buckinx volgt hij tussen 1990 en 1994 compositielessen bij de Amerikaan Frederic Rzewski in Luik. Het is in deze periode dat Agsteribbe resoluut kiest voor een postmoderne schrijfwijze. Vele werken zijn geschreven in opdracht van o.m. Broederlijk Delen, Radio 3, Muziektheater Transparant, Koninklijk Jeugdtheater en het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen. Hij werd meer actief als dirigent sinds 1994 en dirigeerde zowel barokke cantates als 20ste eeuws repertoire en eigen werk. Agsteribbe studeerde orkestdirectie bij David Angus vanaf 2003 en kreeg een ‘Dartington International Summer School Scholarship’ om deel te nemen aan de masterclass orkestdirectie met Diego Masson in augustus 2004. Als klavecinist/organist treedt hij veelvuldig op met verschillende orkesten en kamermuziekensembles zoals Duo Mosaic, The Wondrous Machine, The Great Charm, Il Fondamento, Huelgas Ensemble, Anima Eterna en La Petite Bande. Hij concerteert in verschillende Europese landen en verleent geregeld zijn medewerking aan radio- en CD-opnames.

Sinds 1989 is Frank Agsteribbe verbonden aan het Conservatorium van Antwerpen waar hij analyse, AML-theorie en kamermuziek doceert. Daarnaast werkt hij als stafmedewerker aan het Orpheus Instituut, alsook als free-lance programmamaker, recensent en opnameleider. Hij is bestuurslid van de Vereniging voor Muziektheorie in Amsterdam sinds de oprichting ervan in 1999, en was van 1999 tot 2003 redacteur van het Tijdschrift voor Muziektheorie, eveneens in Amsterdam. In juni 2002 was hij als deelnemer geselecteerd aan het Mannes Institute for Advanced Studies in Music Theory in New York, en in 2003 en 2004 was hij als artistiek stafmedewerker verantwoordelijk voor de International Orpheus Academy for Music Theory in Gent. (Matrix)

Walter Hus

Weergaven: 0

Walter Hus (°1959) is naast componist ook uitvoerend pianist en improvisator. Vanaf hij tien jaar is, treedt hij op als concertpianist in binnen- en buitenland en vanaf 1979 als pianist-improvisator.

Hus speelde bij de free jazz-formatie Het Belgisch Pianokwartet en was verbonden aan Maximalist!, een muzikale groepering, opgericht in 1984, die het midden hield tussen pop, rock, klassiek en avant-garde. De muzikant-componisten die zich in deze beweging verenigden (o.a. VermeerschSleichimDe Mey en Hus), hadden elkaar een jaar voordien ontmoet in het kader van de eerste choreografie van Anne Teresa De Keersmaeker (Rosas danst Rosas). Hun imago werd sterk bepaald door invloeden uit de populaire cultuur. Verder was de interdisciplinariteit kenmerkend voor het collectief: een opvallend groot percentage van de muziek die Maximalist! schreef, is conceptueel verbonden met andere kunsten zoals dans, theater en film.

De muziek van Maximalist! lijkt zich voornamelijk te situeren in het kader van de New Simplicity, gegroeid uit de minimal music. Een hoge graad aan repetitiviteit, een microscopisch gevarieerde ritmiek en dynamiek, de eenvoudige manipulatie en transformatie van motieven, een beperkte harmonische organisatie en zeer gelimiteerd uitgangsmateriaal zijn hiervan de belangrijkste kenmerken. Dit resulteerde meestal in muziek met een hoge consonantiegraad en directe toegankelijkheid.

Wanneer Maximalist! in 1989 werd ontbonden, richtte Hus zich meer op klassieke genres en schrijft vanaf dan opera’s, concerti, symfonische werken en strijkkwartetten, die onder meer door het Arditti Quartet werden uitgevoerd. Toch blijft het functionele en disciplineoverschrijdende aspect, dat Hus bij Maximalist! ontwikkeld had, bepalend voor zijn oeuvre, ook na Maximalist!. Naast muziek voor modeshows (bv. Five to Five voor Yamamoto (1984)), choreografieën (bv. Muurwerk (1985) en Hic et Nunc (1991) voor Roxane Huilmand, en Devouring Muses (1997) voor Irène Stamou) en films (The Pillow Book van Greenaway en Suite 16 van Deruddere), zijn verscheidene van zijn composities tot stand gekomen in samenwerking met hedendaagse dichters of toneelschrijvers, zoals Stefan Hertmans (Francesco’s paradox), Peter Verhelst (One day they appeared), Jan Decorte (Meneer, de zot en tkint) en Jan Lauwers van Needcompany (Orfeo).

In 1996 was Walter Hus werkzaam bij Limelight in Kortrijk, waar op dat moment het festival en cd-label Happy New Ears werd opgericht. Vanaf 2000 ontwikkelde Hus zijn eigen “Decap Orchestrion,” een installatie met geautomatiseerde orgelpijpen en percussie-instrumenten die via de computer aangestuurd kunnen worden. Met dit instrument maakte hij soundscapes, filmmuziek (bv. van Peter Krüger), rockliedjes en bewerkingen van techno-hits. Jazzgitarist Pat Metheny gebruikte Hus’ “Decap Orchestrion” voor zijn “Orchestration Project.” Al wilde Hus zich vanaf 2015 voornamelijk concentreren op serieus compositiewerk, ontstond in 2016 toch nog de jazz pop-groep Hus & The Next Generation. (Matrix)

Roland Coryn

Weergaven: 0

 Kortrijk, 1938; componist, eredocent compositie aan de Hogeschool te Gent, departement Conservatorium en eredirecteur van de SAMW Peter Benoit te Harelbeke. Volgde eerst secundaire muziekstudies aan de SAMW te Harelbeke; daarna studeerde hij verder aan het Koninklijk Muziek Conservatorium te Gent waar hij de instrumentale afdeling beëindigde met een eerste prijs piano, een hoger diploma altviool en kamermuziek; de theoretische afdeling heeft hij afgerond met een eerste prijs compositie. Bij de start van zijn loopbaan was hij hoofdzakelijk actief als pianist en altviolist in diverse kamermuziekensembles zoals Het Vlaams Pianokwartet en Het Belgisch Kamerorkest.

Vanaf 1970 ging hij zich gaandeweg meer toespitsen op de muzikale compositie. Als componist behaalde hij verscheidene onderscheidingen waaronder de Jef Van Hoofprijs(1974), de Tenutoprijs(1974) en de Koopalprijs voor zijn kamermuziekoeuvre in 1989. In 1999 werd hij gelauwerd voor zijn volledige oeuvre met de Visser-Neerlandiaprijs.

Op pedagogisch vlak was hij gedurende 20 jaar werkzaam als leraar piano, viool-altviool en samenspel aan de muziekacademies te Harelbeke en Izegem. Vanaf 1977 was hij achtereenvolgens directeur van het SMC te Oostende en van 1979 tot 1997 aan SAMW te Harelbeke. Aan het Kon. Muziek Conservatorium te Gent was hij docent muzikale compositie en leidde hij als dirigent The New Conservatory Ensemble. Als docent compositie leidde hij componisten op zoals Lucien Posman, Octave Van Geert, Bernard Baert, Willy Soenen, Rudi Tas, Dirk Blockeel en Mieke Van Haute. In 1997 ging hij met pensioen om zich volledig op het componeren toe te leggen. Sedert 1993 is hij werkend lid van Koninklijke Vlaamse Academie van België, afdeling klasse kunsten. In 2019 werd hij ere-lid.

In zijn woonplaats Harelbeke was hij medeorganisator van de Muziekbiënnales, een tweejaarlijks muziekfestival waarin telkens als onderwerp een belangrijke muzikale figuur uit Vlaanderen of België, of een periode uit de Belgische muziekgeschiedenis, wordt belicht. Verder was hij vanaf 2000 tot 2012 medeorganisator, incentive en voorzitter van de Internationale Harmoniecompositiewedstrijd Harelbeke Muziekstad die afgewisseld met de Muziekbiënnales, tweejaarlijks plaatsvond. 

Jean-Marie Simonis

Weergaven: 0

Jean-Marie Simonis werd geboren op 22 november 1931.

Na zijn klassieke studies in Grieks en Latijn te hebben afgerond, ging hij naar het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar hij talloze eerste prijzen won, voornamelijk voor compositie (harmonie, contrapunt, fuga), evenals de Gevaertprijs.

Hij ontving de Prix de Rome en diverse compositieprijzen, waaronder de SABAM-prijs in 1989 voor zijn gehele oeuvre. In 1975 en 1978 won hij de Koningin Elisabethwedstrijd (het verplichte stuk voor de tweede ronde) met zijn pianowerken “Evocations” en “Notturno”.

Zijn “Cantilène” voor viool en orkest werd in 1985 gekozen als verplicht stuk voor de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd.

Zijn werk “Eclosions” won de eerste prijs tijdens de wedstrijd die in 1991 werd georganiseerd door de Belgische Gidsenband ter ere van de 60e verjaardag van Koning Boudewijn en het 40-jarig jubileum van zijn regering.

Hij is ereprofessor aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel (harmonie) en

aan de Koningin Elisabeth Muziekkapel (harmonie, contrapunt en fuga).

Sinds 1985 is hij lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. In 1997 was hij directeur van de sectie Schone Kunsten.

Jean-Pierre Deleuze

Weergaven: 0

Jean-Pierre Deleuze, geboren in Ath in 1954, studeerde muziek aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. In 1980, na een eerste prijs in harmonie te hebben gewonnen in de klas van Jean-Marie Simonis, wijdde hij zich aan de compositie, die hij vijf jaar lang bij Marcel Quinet studeerde.

Hij voltooide ook zijn studie aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, waar hij een eerste prijs in fuga won in de klas van Jacques Leduc. Zijn deelname aan een workshop muziekanalyse in 1987 onder leiding van Olivier Messiaen had een grote invloed op zijn esthetische richting.

Zijn muzikale taal werd aanvankelijk beïnvloed door de late werken van Alexander Scriabin, wat hem ertoe bracht een “harmonisch gekleurde” muziek te zoeken.

In “Lethamorphos XXI” (gebaseerd op een gedicht van Jacques Crickillon, 1996) vormt het gebruik van kwarttonen een eerste verkenning van microtonale compositie. In “Ellipsen” (trio voor klarinet, viool en piano, 1998, een werk waarvoor de Koninklijke Academie van België hem de Irène Fuerison-prijs toekende) is het gebruik van ongetemperde klanken meer specifiek onderdeel van de ontwikkeling van een modus die voortkomt uit de afstemming van harmonische klanken. Over het algemeen evolueert zijn compositiestijl in zijn latere werken naar een contemplatieve verbeelding, met name in “Espaces Oniriques” [Christophe Pirenne in “Les musiques nouvelles en Wallonie et à Bruxelles”, red. Mardaga]. De invloed van de spectrale esthetiek van Giacinto Scelsi en Tristan Murail en van oosterse concepten wordt steeds duidelijker; dit is vooral evident in “Four Haiku, Poetic Evocations for Organ” (première in Sapporo in 2004) en “Âlap” (2005), voor bansuri, arpeggio en gitaar.

Hij is sinds 1989 hoogleraar compositie en sinds 2002 hoogleraar gevorderde compositie aan het Koninklijk Conservatorium van Mons. Hij heeft een originele pedagogie ontwikkeld, gebaseerd op de rationele studie van de syntaxis, technieken en stijlen van grote componisten, van renaissance- en barokvormen tot de technieken van diverse 20e-eeuwse componisten. Gedurende het academisch jaar 2001-2004 doceerde hij tevens muziekanalyse aan de Koningin Elisabeth Muziekkapel. In januari 2007 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Academie van België.

« Oudere berichten