Auteur: admin4500 (Pagina 2 van 5)

Bart Verstraeten

Weergaven: 1

Bart Verstraeten is pianist, componist en leerkracht. Hij volgde piano, cello, orgel en muziektheorie aan de academie van zijn geboortestad en behaalde vervolgens
meesterdiploma’s muziektheorie en compositie aan het Koninklijk Vlaams
Muziekconservatorium Antwerpen bij onder anderen Luc Van Hove en Wim Henderickx.

Aan het Conservatorium van Gent studeerde hij piano bij Johan Duijck, met masterclasses bij Jonathan Powell, Eliane Rodrigues en Irene Russo.

Tegenwoordig geeft hij piano en compositie aan de academie van Wilrijk en treedt hij op als pianist, zowel solerend als in samenwerking met bariton Tristan Faes.
Als componist kreeg hij al vroeg erkenning met werken als het pianotrio Alla Zingarese en het Trio voor fluit, altviool en gitaar, beide bekroond in 2005. Zijn muziek is lyrisch en ritmisch gedreven, geïnspireerd door laatnegentiende-eeuwse stijlen maar met een hedendaagse blik en een drang naar vernieuwing.

Verstraeten ziet zichzelf als bruggenbouwer tussen traditie en moderniteit. Zijn werkenlijst omvat naast pianowerken – waaronder de bundel All’Ungherese – ook koorcomposities en kamermuziek, met een internationale reputatie voor zijn mandolinecyclus (Persephone, Demeter, Hades, Le vieux moulin).

Bijzonder vruchtbaar was zijn samenwerking met dirigent Peter Ickx, voor wie hij
verschillende koorwerken componeerde. Hij schreef ook liedcycli op teksten van Pablo Neruda, Rutger Kopland, Emile Verhaeren en Charles Baudelaire.

Frank Agsteribbe

Weergaven: 0

Frank Agsteribbe werd geboren te Gent in 1968. Aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen studeerde hij vanaf 1986 orgel bij Stanislas Deriemaeker en Joris Verdin, en klavecimbel bij Jos Van Immerseel. Daarnaast vervolmaakte hij zich bij Gustav Leonhardt, Davitt Moroney en Luigi Ferdinando Tagliavini.

Naast zijn intense activiteit binnen de oude muziek als continuospeler interesseert hij zich ook voor hedendaagse muziekliteratuur: hij studeerde bij Herman Sabbe (musicologie, Gent) en aan het Conservatorium van Antwerpen volgde hij bij Boudewijn Buckinx de lessen muziekgeschiedenis over de negentiende en twintigste eeuw, die niet enkel op een historische, maar ook op een sociologische en filosofische wijze benaderd werden. Op aanraden van Buckinx volgt hij tussen 1990 en 1994 compositielessen bij de Amerikaan Frederic Rzewski in Luik. Het is in deze periode dat Agsteribbe resoluut kiest voor een postmoderne schrijfwijze. Vele werken zijn geschreven in opdracht van o.m. Broederlijk Delen, Radio 3, Muziektheater Transparant, Koninklijk Jeugdtheater en het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen. Hij werd meer actief als dirigent sinds 1994 en dirigeerde zowel barokke cantates als 20ste eeuws repertoire en eigen werk. Agsteribbe studeerde orkestdirectie bij David Angus vanaf 2003 en kreeg een ‘Dartington International Summer School Scholarship’ om deel te nemen aan de masterclass orkestdirectie met Diego Masson in augustus 2004. Als klavecinist/organist treedt hij veelvuldig op met verschillende orkesten en kamermuziekensembles zoals Duo Mosaic, The Wondrous Machine, The Great Charm, Il Fondamento, Huelgas Ensemble, Anima Eterna en La Petite Bande. Hij concerteert in verschillende Europese landen en verleent geregeld zijn medewerking aan radio- en CD-opnames.

Sinds 1989 is Frank Agsteribbe verbonden aan het Conservatorium van Antwerpen waar hij analyse, AML-theorie en kamermuziek doceert. Daarnaast werkt hij als stafmedewerker aan het Orpheus Instituut, alsook als free-lance programmamaker, recensent en opnameleider. Hij is bestuurslid van de Vereniging voor Muziektheorie in Amsterdam sinds de oprichting ervan in 1999, en was van 1999 tot 2003 redacteur van het Tijdschrift voor Muziektheorie, eveneens in Amsterdam. In juni 2002 was hij als deelnemer geselecteerd aan het Mannes Institute for Advanced Studies in Music Theory in New York, en in 2003 en 2004 was hij als artistiek stafmedewerker verantwoordelijk voor de International Orpheus Academy for Music Theory in Gent. (Matrix)

Walter Hus

Weergaven: 0

Walter Hus (°1959) is naast componist ook uitvoerend pianist en improvisator. Vanaf hij tien jaar is, treedt hij op als concertpianist in binnen- en buitenland en vanaf 1979 als pianist-improvisator.

Hus speelde bij de free jazz-formatie Het Belgisch Pianokwartet en was verbonden aan Maximalist!, een muzikale groepering, opgericht in 1984, die het midden hield tussen pop, rock, klassiek en avant-garde. De muzikant-componisten die zich in deze beweging verenigden (o.a. VermeerschSleichimDe Mey en Hus), hadden elkaar een jaar voordien ontmoet in het kader van de eerste choreografie van Anne Teresa De Keersmaeker (Rosas danst Rosas). Hun imago werd sterk bepaald door invloeden uit de populaire cultuur. Verder was de interdisciplinariteit kenmerkend voor het collectief: een opvallend groot percentage van de muziek die Maximalist! schreef, is conceptueel verbonden met andere kunsten zoals dans, theater en film.

De muziek van Maximalist! lijkt zich voornamelijk te situeren in het kader van de New Simplicity, gegroeid uit de minimal music. Een hoge graad aan repetitiviteit, een microscopisch gevarieerde ritmiek en dynamiek, de eenvoudige manipulatie en transformatie van motieven, een beperkte harmonische organisatie en zeer gelimiteerd uitgangsmateriaal zijn hiervan de belangrijkste kenmerken. Dit resulteerde meestal in muziek met een hoge consonantiegraad en directe toegankelijkheid.

Wanneer Maximalist! in 1989 werd ontbonden, richtte Hus zich meer op klassieke genres en schrijft vanaf dan opera’s, concerti, symfonische werken en strijkkwartetten, die onder meer door het Arditti Quartet werden uitgevoerd. Toch blijft het functionele en disciplineoverschrijdende aspect, dat Hus bij Maximalist! ontwikkeld had, bepalend voor zijn oeuvre, ook na Maximalist!. Naast muziek voor modeshows (bv. Five to Five voor Yamamoto (1984)), choreografieën (bv. Muurwerk (1985) en Hic et Nunc (1991) voor Roxane Huilmand, en Devouring Muses (1997) voor Irène Stamou) en films (The Pillow Book van Greenaway en Suite 16 van Deruddere), zijn verscheidene van zijn composities tot stand gekomen in samenwerking met hedendaagse dichters of toneelschrijvers, zoals Stefan Hertmans (Francesco’s paradox), Peter Verhelst (One day they appeared), Jan Decorte (Meneer, de zot en tkint) en Jan Lauwers van Needcompany (Orfeo).

In 1996 was Walter Hus werkzaam bij Limelight in Kortrijk, waar op dat moment het festival en cd-label Happy New Ears werd opgericht. Vanaf 2000 ontwikkelde Hus zijn eigen “Decap Orchestrion,” een installatie met geautomatiseerde orgelpijpen en percussie-instrumenten die via de computer aangestuurd kunnen worden. Met dit instrument maakte hij soundscapes, filmmuziek (bv. van Peter Krüger), rockliedjes en bewerkingen van techno-hits. Jazzgitarist Pat Metheny gebruikte Hus’ “Decap Orchestrion” voor zijn “Orchestration Project.” Al wilde Hus zich vanaf 2015 voornamelijk concentreren op serieus compositiewerk, ontstond in 2016 toch nog de jazz pop-groep Hus & The Next Generation. (Matrix)

Roland Coryn

Weergaven: 0

 Kortrijk, 1938; componist, eredocent compositie aan de Hogeschool te Gent, departement Conservatorium en eredirecteur van de SAMW Peter Benoit te Harelbeke. Volgde eerst secundaire muziekstudies aan de SAMW te Harelbeke; daarna studeerde hij verder aan het Koninklijk Muziek Conservatorium te Gent waar hij de instrumentale afdeling beëindigde met een eerste prijs piano, een hoger diploma altviool en kamermuziek; de theoretische afdeling heeft hij afgerond met een eerste prijs compositie. Bij de start van zijn loopbaan was hij hoofdzakelijk actief als pianist en altviolist in diverse kamermuziekensembles zoals Het Vlaams Pianokwartet en Het Belgisch Kamerorkest.

Vanaf 1970 ging hij zich gaandeweg meer toespitsen op de muzikale compositie. Als componist behaalde hij verscheidene onderscheidingen waaronder de Jef Van Hoofprijs(1974), de Tenutoprijs(1974) en de Koopalprijs voor zijn kamermuziekoeuvre in 1989. In 1999 werd hij gelauwerd voor zijn volledige oeuvre met de Visser-Neerlandiaprijs.

Op pedagogisch vlak was hij gedurende 20 jaar werkzaam als leraar piano, viool-altviool en samenspel aan de muziekacademies te Harelbeke en Izegem. Vanaf 1977 was hij achtereenvolgens directeur van het SMC te Oostende en van 1979 tot 1997 aan SAMW te Harelbeke. Aan het Kon. Muziek Conservatorium te Gent was hij docent muzikale compositie en leidde hij als dirigent The New Conservatory Ensemble. Als docent compositie leidde hij componisten op zoals Lucien Posman, Octave Van Geert, Bernard Baert, Willy Soenen, Rudi Tas, Dirk Blockeel en Mieke Van Haute. In 1997 ging hij met pensioen om zich volledig op het componeren toe te leggen. Sedert 1993 is hij werkend lid van Koninklijke Vlaamse Academie van België, afdeling klasse kunsten. In 2019 werd hij ere-lid.

In zijn woonplaats Harelbeke was hij medeorganisator van de Muziekbiënnales, een tweejaarlijks muziekfestival waarin telkens als onderwerp een belangrijke muzikale figuur uit Vlaanderen of België, of een periode uit de Belgische muziekgeschiedenis, wordt belicht. Verder was hij vanaf 2000 tot 2012 medeorganisator, incentive en voorzitter van de Internationale Harmoniecompositiewedstrijd Harelbeke Muziekstad die afgewisseld met de Muziekbiënnales, tweejaarlijks plaatsvond. 

Jean-Marie Simonis

Weergaven: 0

Jean-Marie Simonis werd geboren op 22 november 1931.

Na zijn klassieke studies in Grieks en Latijn te hebben afgerond, ging hij naar het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar hij talloze eerste prijzen won, voornamelijk voor compositie (harmonie, contrapunt, fuga), evenals de Gevaertprijs.

Hij ontving de Prix de Rome en diverse compositieprijzen, waaronder de SABAM-prijs in 1989 voor zijn gehele oeuvre. In 1975 en 1978 won hij de Koningin Elisabethwedstrijd (het verplichte stuk voor de tweede ronde) met zijn pianowerken “Evocations” en “Notturno”.

Zijn “Cantilène” voor viool en orkest werd in 1985 gekozen als verplicht stuk voor de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd.

Zijn werk “Eclosions” won de eerste prijs tijdens de wedstrijd die in 1991 werd georganiseerd door de Belgische Gidsenband ter ere van de 60e verjaardag van Koning Boudewijn en het 40-jarig jubileum van zijn regering.

Hij is ereprofessor aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel (harmonie) en

aan de Koningin Elisabeth Muziekkapel (harmonie, contrapunt en fuga).

Sinds 1985 is hij lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. In 1997 was hij directeur van de sectie Schone Kunsten.

Jean-Pierre Deleuze

Weergaven: 0

Jean-Pierre Deleuze, geboren in Ath in 1954, studeerde muziek aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. In 1980, na een eerste prijs in harmonie te hebben gewonnen in de klas van Jean-Marie Simonis, wijdde hij zich aan de compositie, die hij vijf jaar lang bij Marcel Quinet studeerde.

Hij voltooide ook zijn studie aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, waar hij een eerste prijs in fuga won in de klas van Jacques Leduc. Zijn deelname aan een workshop muziekanalyse in 1987 onder leiding van Olivier Messiaen had een grote invloed op zijn esthetische richting.

Zijn muzikale taal werd aanvankelijk beïnvloed door de late werken van Alexander Scriabin, wat hem ertoe bracht een “harmonisch gekleurde” muziek te zoeken.

In “Lethamorphos XXI” (gebaseerd op een gedicht van Jacques Crickillon, 1996) vormt het gebruik van kwarttonen een eerste verkenning van microtonale compositie. In “Ellipsen” (trio voor klarinet, viool en piano, 1998, een werk waarvoor de Koninklijke Academie van België hem de Irène Fuerison-prijs toekende) is het gebruik van ongetemperde klanken meer specifiek onderdeel van de ontwikkeling van een modus die voortkomt uit de afstemming van harmonische klanken. Over het algemeen evolueert zijn compositiestijl in zijn latere werken naar een contemplatieve verbeelding, met name in “Espaces Oniriques” [Christophe Pirenne in “Les musiques nouvelles en Wallonie et à Bruxelles”, red. Mardaga]. De invloed van de spectrale esthetiek van Giacinto Scelsi en Tristan Murail en van oosterse concepten wordt steeds duidelijker; dit is vooral evident in “Four Haiku, Poetic Evocations for Organ” (première in Sapporo in 2004) en “Âlap” (2005), voor bansuri, arpeggio en gitaar.

Hij is sinds 1989 hoogleraar compositie en sinds 2002 hoogleraar gevorderde compositie aan het Koninklijk Conservatorium van Mons. Hij heeft een originele pedagogie ontwikkeld, gebaseerd op de rationele studie van de syntaxis, technieken en stijlen van grote componisten, van renaissance- en barokvormen tot de technieken van diverse 20e-eeuwse componisten. Gedurende het academisch jaar 2001-2004 doceerde hij tevens muziekanalyse aan de Koningin Elisabeth Muziekkapel. In januari 2007 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Academie van België.

Jacqueline Fontyn

Weergaven: 0

Jacqueline Fontyn werd geboren in Antwerpen op 27 december 1930.

Haar ouders herkenden haar vroege muzikale talent en vertrouwden haar, kort na haar vijfde verjaardag, toe aan de Russische pedagoog Ignace Bolotine. Hij gaf haar dagelijks pianoles, moedigde haar liefde voor improvisatie aan en ze bewaarde er prachtige herinneringen aan.

Op veertienjarige leeftijd besloot ze componiste te worden. Na muziektheorie te hebben gestudeerd bij Marcel Quinet, vertrok ze naar Parijs, waar Max Deutsch haar introduceerde in de wereld van Schönberg en haar inwijdde in de twaalftoonstechniek, een taal die ze tot 1979 zou gebruiken – maar altijd op een flexibele en zeer vrije manier.

In 1956 volgde ze ook de dirigeerlessen van Hans Swarowsky aan de Academie voor Muziek en Podiumkunsten in Wenen.

Vanaf 1963 doceerde ze muziektheorie aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. In 1970 werd ze benoemd tot hoogleraar compositie aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, een positie die ze tot 1990 bekleedde. Daarnaast accepteerde ze talloze uitnodigingen van universiteiten en conservatoria, met name in Europa (Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Nederland, Polen, Zwitserland), de Verenigde Staten (van New York tot San Francisco), het Midden-Oosten, Azië (China, Korea, Singapore, Taiwan) en Nieuw-Zeeland. Haar oeuvre omvat meer dan 100 werken: orkest-, vocale, instrumentale en kamermuziek, die wereldwijd worden uitgevoerd en op het programma staan ​​van prestigieuze orkesten en festivals.

Tot de vele onderscheidingen die haar ten deel vielen, behoren de Oscar Espla-prijs in Spanje en de Arthur Honegger-prijs van de Fondation de France, de opdracht voor het vioolconcert dat vereist was voor de finale van de Internationale Koningin Elisabethwedstrijd in 1976, en twee opdrachten van de Koussevitzky Foundation van de Library of Congress in Washington.

Jacqueline Fontyn, lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, ontving in 1993 de titel barones van de koning als erkenning voor haar artistieke verdiensten.

Een voorliefde voor rijke harmonische texturen, een soepel ritme en een voortdurend vernieuwende interesse in het verkennen van instrumentale mogelijkheden vormen samen een steeds evoluerende muzikale taal, waarvan de expressieve en poëtische dimensies de gevoeligheid en nieuwsgierigheid van de luisteraar aanspreken.

Boudewijn Buckinx

Weergaven: 0

In 1945 werd Boudewijn Buckinx geboren in Lommel. Hij studeerde aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen en aan het IPEM in Gent. Compositie volgde hij bij Lucien Goethals. In 1968 volgde hij les bij Karlheinz Stockhausen aan de Kompositionstudio in Darmstadt. Hij werkte hier mee aan het project “Musik für ein Haus.” Buckinx was zeer sterk onder de indruk van Mauricio Kagel en John Cage. In 1972 schreef hij zijn eindverhandeling musicologie aan de K.U.Leuven over de Variations van Cage.

Van 1966 tot 1974 gaf Buckinx concerten met de werkgroep WHAM (Werkgroep voor Hedendaagse en Actuele Muziek). De bedoeling van WHAM was specialisten aan te trekken uit andere disciplines zoals bijvoorbeeld filosofen en schilders. Ook amateurs die in het muziekproces betrokken waren, kwamen in WHAM aan bod. Naast Cage had de werkgroep WHAM ook aandacht voor componisten zoals Christian Wolff en Cornelius Cardew. Het laatste concert van de werkgroep vond plaats in 1974 met Buckinx’ compositie Sinfonia a quattro velocipedi. Hierna volgde een periode van vijf jaar waarin Buckinx wel componeerde maar waarin geen enkel werk uitgevoerd werd.

In 1988 was Buckinx de Belgische gast op de tweede “Week van de hedendaagse muziek” in Gent. In juni 1991 werd een concert als componistenportret in Kiel (Duitsland) gegeven. Gelijkaardige Buckinx-concerten vonden ook plaats in de Espace Delvaux in Brussel en de Club Mineral in Gent. In 1988 werd zijn reeks 1001 Sonates integraal uitgevoerd in Darmstadt. Voor “Antwerpen ’93, culturele hoofdstad van Europa” werden Buckinx’ Negen onvoltooide symfonieën gecreëerd door het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen. In 1993 werd een 9-daags Buckinx festival gehouden in De Rode Pomp in Gent. De muziek van Buckinx werd verder nog uitgevoerd op de Tampere Biennale in Finland en het North American New Music Festival in Buffalo. In 1998 werd hij samen met de componisten Gerard Ammerlaan en Jacob ter Veldhuis betrokken bij het operaproject Van alle tijden – van alle streken. In 2002 werd zijn vijfde opera Dhammapada uitgevoerd in De Rode Pomp in Gent. Tussen 2010 en 2012 werden een aantal werken van Buckinx gecreëerd tijdens het Voorwaarts Maart Festival in De Bijloke.

Van 1968 tot 1978 was Buckinx leraar aan het Provinciaal Hoger Instituut voor Kunstonderwijs in Hasselt. In 1978 werd hij producer aan de BRTN, wat hij bleef tot maart 2000. Vanaf 1981 gaf hij muziekgeschiedenis aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen. In 1991-92 verving hij tijdelijk Frederik Rzewski als compositieleraar aan het Conservatorium van Luik.

Patrick Dheur

Weergaven: 0

Patrick Dheur is een van de beroemdste Belgische pianisten ter wereld. Hij ontwikkelt voortdurend zijn creativiteit in alle mogelijke aspecten van het muziekgebeuren.

Zijn loopbaan als concertpianist begon reeds bij het afsluiten van zijn studie aan het Koninklijk Conservatorium van Luik, zijn geboortestad. Hij heeft talloze internationale wedstrijden en prijzen gewonnen, waaronder de eerste prijs in de Szymanowski-wedstrijd.

De Verenigde Staten nemen bij deze activiteiten reeds zeer vroeg een prominente plaats in. Hij werd geselecteerd door Leon Fleisher aan het Peabody Conservatory in Baltimore, verbleef er meerdere malen en gaf in de States vele concerten, waaronder een opmerkelijk debuutrecital in het Lincoln Center in New York.

Als bekend internationaal solist werkte hij samen met vele orkesten waaronder: het Scottish Chamber Orchestra, de Moscow Soloists met Yuri Bashmet, het Nationaal Orkest van België, de Filharmonische Orkesten van Luik, Grenoble, Hong Kong, Jeruzalem, Caracas, Springfield Symphony, Norfolk Symphony, Orchestra G. Enescu (Boekarest), Wiener Sinfonietta, Camerata van Lausanne met Pierre Amoyal, het Koninklijk Kamerorkest van Wallonië, enz. enz.

Tegelijkertijd groeit zijn discografie en bevat zijn catalogus meer dan twintig cd’s.
Hij wordt regelmatig uitgenodigd als jurylid bij grote internationale wedstrijden. Hij is verantwoordelijk voor het Grétry-museum in Luik.

Patrick Dheur staat bekend om zijn inzet voor de Luikse muziekcultuur. De complete pianomuziek van César Franck (3 cd’s) is een goed voorbeeld. We kunnen ook zijn roeping vermelden om de meesterwerken van Luikse componisten voor het voetlicht te brengen. Door de Franse Gemeenschap van België (Fédération Wallonie-Bruxelles) werd hij aangesteld als projectmanager voor de herdenking van de tweehonderdste verjaardag van de dood van de componist André Modeste Grétry, en ontdekte hij het ongepubliceerde
originele manuscript van de nog niet creëerde opera “De officier van Fortuna” daterend uit

Hij is nu bezig met de bewerking ervan en met de voorbereidingen van een eerste
uitvoering door de Koninklijke Opera van Luik.

Patrick Dheur is ook een getalenteerde, veelvuldig uitgegeven componist en auteur. Zijn productie als componist omvat dertig opusnummers: (symfonisch oeuvre, werken voor piano, kamermuziek, concerto’s, cantates, kunstliederen, …). Patrick Dheur’s literaire werk “Music at your fingertips”, uitgegeven door Luc Pire, is onlangs vertaald in het Chinees, ter ondersteuning van zijn Aziatische tours.
In 2016 brachten zijn concertactiviteiten hem ondermeer naar Italië, Noorwegen, Frankrijk en de Verenigde Staten voor een keystone-tour en een concert in Carnegie Hall in New York op 16 november

Marc-Henri Cykiert

Weergaven: 0

Né à Liège en 1957, Marc-Henri Cykiert a commencé à jouer la guitare à treize ans, a étudié la musique électronique au Centre de Recherches Musicales de Wallonie avec Frederic Nyst et la musique brésilienne avec José Barrense-Dias.

En 1979, il suit les cours du GIT (Guitar Institute of Technology) à Los Angeles.
De 1980 à 1986, de retour en Belgique, il étudie la composition et l’orchestration avec le compositeur américain Frederic Rzewski et Philippe Boesmans au Conservatoire de Liège.

Il a écrit pour plusieurs musiciens et ensembles, notamment: Michael Guttman, Frederic Rzewski, Suzanna Klintcharova, Steve Houben & Strings, Arriaga String Quartet, Costas Cotsiolis, José Barrense-Dias, Cecile Broche, Luc Tooten, Weber Iago, Camerata Romeu String Orchestra, Katerina Verbovskaya, Bobby Mitchell.

Avec Frederic Rzewski et Michaël Guttman, il a enregistré un CD de ses compositions pour violon et piano ‘Capriccio Hassidico’. Deux autres CD pour piano solo : ‘2 for Peace’ avec Weber Iago, et ‘Katerina Verbovskaya plays Marc-Henri Cykiert’.

Ses compositions ont été jouées en Belgique, France, Hollande, Allemagne, Danemark, U.S.A., Cuba et Chine.

Il parle ici de sa composition “A Marc CHAGALL

J’ai écrit cette composition peu de temps après la mort du peintre, en 1985, à la mémoire de Marc CHAGALL, que j’aimais beaucoup. J’ai toujours admiré les artistes, les poètes et les philosophes qui arrivent à exprimer des émotions, des idées, des concepts complexes en utilisant un langage simple, à la portée de tous.

Comme Chagall avec ses personnages nostalgiques et colorés qui semblent flotter dans l’espace, j’ai créé un ensemble de petites scènes mélodiques, tonales mais sans la grammaire de la tonalité, issues d’un folklore imaginaire, avec une influence de la musique juive et russe. C’est la couleur du fond qui lie le tout , dans une spirale étiolée de souvenirs de personnages fantastiques et de vécu, avec en filigrane son poème:

« Seul est le mien le pays qui se trouve dans mon âme. J’y entre sans passeport ».

« Oudere berichten Nieuwere berichten »